Hechting bij kinderen

Gepubliceerd op 5 juni 2020 om 11:48

Voor de identiteitsvorming van een kind is het belangrijk dat het in het eerste levensjaar een affectieve relatie met de ouders/opvoeders heeft en veilig gehecht raakt. Hechting is een proces van interactie tussen een kind en één of meer van zijn opvoeders.  Dit kan ook 1 ouder en een leidster van het kinderdagverblijf zijn. Hechting speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van een kind en is essentieel voor een goede emotionele en sociale ontwikkeling. Kinderen die goed zijn gehecht blijken beter om te kunnen gaan met tegenslagen en hebben een beter gevoel van eigenwaarde. Ze zijn bijvoorbeeld sociaal vaardiger, leergieriger en minder angstig. Als je kind last heeft van een van deze dingen betekend het niet meteen dat je kind niet goed is gehecht. Bij goed gehechte kinderen komen deze dingen ook wel voor, alleen veel minder vaak.

De eerste maanden wordt de basis gelegd en vindt de hechting (onbewust) plaats. Door middel van gehechtheidsgedrag probeert een baby de mensen om zich heen dicht bij zich te houden. Dit doen ze onder andere door te huilen, lachen, grijpen en het volgen met de ogen. De eerste weken probeert het kindje nog met iedereen contact te krijgen (niet selectief), Als een kind ongeveer drie maanden is begint hij voorkeur te ontwikkelen voor een bepaald persoon. Dit is meestal de persoon die het kind het meeste ziet.
Meestal loopt de hechting tussen ouders en hun kinderen goed. Dit noemen we veilige hechting.


Er zijn 4 type hechting:

1. Onveilig-vermijdend (type A)
Deze kinderen hebben hun gehechtheid geminimaliseerd, omdat zij vaak afgewezen worden door de opvoeder. Opvoeders met deze opvoedingsstijl tonen weinig inlevingsvermogen en houden weinig of af en toe rekening met de behoeften van hun kinderen. Kinderen die onveilig gehecht zijn negeren of vermijden de opvoeder en worden te vroeg zelfstandig.
Onveilige hechting kan zich uiten in extreem aan de ouders hangen, maar ook in juist amper de ouders/opvoeders opzoeken. Het kind heeft weinig vertrouwen in andere opgebouwd en kan in een isolement raken.

2. Veilig gehecht (type B)
Een kind dat veilig gehecht is zoekt de nabijheid van de ouder/opvoeder. Het kind heeft genoeg zelfvertrouwen om nieuwe dingen te ontdekken en proberen. Bij angst en spanning vertrouwt het kind erop dat de ouder en voor hem zal zijn. Ouders van veilig gehechte kinderen hebben inlevingsvermogen, zijn coöperatief en toegankelijk.

3. Onveilig-afwerend (type C)
Een kind dat onveilig-afwerend gehecht is, is onzeker over de beschikbaarheid van de opvoeder. Het kind zoekt veel contact met de opvoeder. Een onveilig-afwerend gehecht kind is weinig geneigd zelfstandig activiteiten te ondernemen, ook zal hij niet snel nieuwe dingen ontdekken of proberen. Als de ouder er niet is voelt het kind zich angstig, maar als de ouder terug komt reageert het kind vaak verbaasd of boos.

Deze vorm van hechting kan ontstaan als het kind niet op het goede moment aandacht krijgt of niet in de juiste mate. De opvoeder is vaak onvoorspelbaar en afwezig op belangrijke momenten. Deze groep opvoeders reageert vanuit zijn eigen behoeften op het kind. Dus alleen als hij er zelf behoefte aan heeft.


4. Gedesorganiseerd (type D)
Bij kinderen die gedesorganiseerd zijn gehecht is er sprake van gedrag met kenmerken van de hechtingstypen A en C. Zij zoeken wel toenadering tot de ouder maar tegelijkertijd levert dat ook stress en angst op. Van deze kinderen wordt ook wel gezegd dat ze een ‘verstoorde gehechtheidsrelatie’ met hun ouders hebben. Vaak is er sprake van trauma's of andere ingrijpende gebeurtenissen binnen het gezin zoals verwaarlozing, mishandeling, misbruik, of een depressieve ouder.  Doordat  deze kinderen worden blootgesteld aan geweld en geen goed voorbeeld hebben gehad kampen zijn met heftige emoties waarvan ze niet goed weten hoe ze die moeten uiten. Ook weten zij niet hoe ze met anderen moeten omgaan. 
Kinderen met een gedesorganiseerde opvoeding ontwikkelen vaak een negatief zelfbeeld en vertonen meer gedragsproblemen. Andere symptomen zoals angst, nervositeit en post-traumatische stress komen ook regelmatig voor.

 


Voorwaarden voor een veilige hechting:
- De opvoeder is gevoelig voor de signalen van het kind.
Als het kind huilt troost hij het kind en als hij moe is legt de ouder hem in zijn bedje.
- De opvoeder respecteert de autonomie van het kind.
Als een kind ouder wordt, zal hij meer zelf willen en kunnen doen. Het is daarom goed om kinderen de mogelijkheid te geven zelf dingen te proberen en te ontdekken. Elk kind is anders en doet de dingen op zijn eigen manier.
- De opvoeder biedt het kind structuur.
- De opvoeder biedt het kind steun.


Hechting voor het leven?
Het eerste jaar is belangrijk voor de hechting tussen het kind en de opvoeder. Maar gelukkig betekend dat niet dat als een baby slecht gehecht is dat hij dit dan zijn hele leven blijft. Na het eerste jaar is de hechting nog te beïnvloeden. Dit betekend dat een slechte hechting nog gered kan worden maar een goede hechting dus ook verstoord kan worden. Hechting moet dus altijd een punt van aandacht blijven.


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.