Driftbuien

Gepubliceerd op 18 september 2020 om 10:45

Als je kinderen hebt of met kinderen werkt heb je het vast weleens meegemaakt.... een driftbui. Je hebt alles al geprobeerd maar het huilen stopt maar niet. Je weet niet meer wat je moet doen. Op zo een moment voel je je hopeloos en twijfel je aan jezelf. 'Doe ik het wel goed?' 'Waarom doet hij dit?' 'Waarom lukt het me niet om het te laten stoppen?'
In deze blog leg ik uit wat je kunt doen en waar een driftbui vandaan komt. 

 


Tussen de één en vier jaar komen driftbuien regelmatig voor bij kinderen. Op deze leeftijd willen kinderen van alles maar lukt het hen nog niet. Ze kunnen zichzelf nog niet beheersen en weten niet hoe ze om moeten gaan met hun gevoelens. Vaak is de aanleiding voor een driftbui dat iets ze niet lukt of dat ze hun zin niet krijgen. Driftbuien horen erbij, het is een normaal verschijnsel in de emotionele ontwikkeling. Het ene kind heeft alleen vaker last van een driftbui dan het andere kind. 

 

Kenmerken van een driftbui?
- Huilen
- Schreeuwen
- Slaan
- Schoppen
- Bijten/krabben
- Rood aanlopen
- Zo overstuur zijn dat het zijn of haar adem inhoud of ervan moet spugen

 

 

Wat te doen bij een driftbui?
1. Blijf zelf rustig! Als jij in paniek raakt of ook gaat schreeuwen wordt de situatie er niet beter op. Blijf vooral rustig en besef dat dit gedrag erbij hoort.


2. Benoem en erken de emoties van je kindje: 'Ik zie dat je boos/verdrietig bent'.


3. Laat je kindje uitrazen maar blijf wel in de buurt. Ook al wil je kindje nu niet geknuffeld of aangeraakt worden. Hiermee laat je zien dat je er voor hem bent en geef je hem een gevoel van veiligheid. 


4. Geef vooral niet toe. Huilt je kindje omdat hij niet nog dat ene extra snoepje mocht en heeft hij nu een driftbui. Geef hem dan vooral niet alsnog dat snoepje. Toegeven zal deze driftbuien in stand houden.


5. Time out. Houd de driftbui langer dan een half uur aan? Dan kun je je kindje eventueel een time-out geven. Zet hem of haar in de box of op een door jou gekozen 'time-out plek'. Ook hierbij geldt, blijf in de buurt maar negeer het huilen en schreeuwen. 


6. Knuffeltijd! Als je merkt dat je kindje rustig begint te worden kun je kijken of hij zin heeft om even bij je te komen zitten en te knuffelen. Soms helpt het om het er nog even kort over te hebben zodat je kindje zichzelf en de situatie beter begrijpt. Ga daarna weer lekker samen spelen of zoek afleiding. Geef zoveel mogelijke positieve aandacht.

 

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.