De 'peuterpuberteit'

Gepubliceerd op 11 december 2020 om 12:00

Onder de 'peuterpuberteit' verstaan we een periode in de ontwikkeling van kinderen waarin ze hun eigen identiteit ontdekken. Vaak start deze fase rond de leeftijd van 2 jaar. Vandaar ook de uitspraak: 'Ik ben twee, en ik zeg nee'.
Voor baby's lijkt er nauwelijks een onderscheid te bestaan tussen hunzelf en de wereld om hun heen. Peuters beginnen langzaam door te krijgen dat zij niet één zijn met hun omgeving. Maar dat zij een eigen ik zijn. Dit kenmerkt zich vaak in gedrag als: op alles 'nee' zeggen, alles zelf willen doen, hun zin door drammen en driftbuien. 

De ontwikkelingsfase van een peuter.

Om je kindje beter te kunnen begrijpen is een stukje ontwikkelingspsychologie wel op zijn plaats. Want hoe denkt een peuter nou eigenlijk, en wat kunnen we wel en niet van hen verwachten?
Een peuter ziet zichzelf als het middelpunt van de wereld en vraagt veel aandacht. Hij is zich nog niet bewust dat een ander ook gevoelens heeft, laat staan dat hij zich daarin kan verplaatsen. Dit noemen we de egocentrische fase. Tegelijkertijd is er sprake van magisch denken, waardoor je kindje overmoedig kan zijn. In zijn ogen kan alles en dit gaat vaak samen met angsten voor bijvoorbeeld dieren of onweer. 
De interesse in andere kinderen neemt toe, maar een peuter is nog niet in staat om samen te spelen of te delen.
De eigen wil wordt steeds sterker. Je kindje ontdekt dat hij invloed kan uitoefenen op zijn omgeving. Steeds vaker zal hij proberen zijn wil door te zetten. Als hij zijn zin niet krijgt of iets niet lukt, leidt dit vaak tot heftige emotionele reacties (driftbuien). Dit komt omdat hij nog niet in staat is zijn emoties te reguleren en onder controle te houden.

 

 

Hoe ga je hiermee om?


1. Negeer negatief gedrag. Schenk er gewoon geen aandacht aan.

2. Afleiden. Jonge kinderen zijn nog goed af te leiden. Als jij met een nieuw leuk aanbod komt is de kans groot dat hij zo weer vergeten is waarom hij ook alweer boos was.

3. Laat je peuter zoveel mogelijk zelf doen, moedig het aan en geef complimentjes. Ook als hij iets probeert en het lukt niet kun je een complimentje geven voor het proberen. Zeg bijvoorbeeld: 'Je probeerde zelf je sokken aan te  doen! Wat goed van je'. 

4. Geef 'nee' geen kans! Als je kind in de nee-fase zit, zal hij dit woord zelfs gebruiken als hij 'ja' bedoelt. Formuleer je zinnen anders. In plaats van gesloten vragen te stellen waarop hij alleen maar ja of nee kan antwoorden wil je juist open vragen stellen. Denk aan: 'Wil je worst of kaas op brood?' In plaats van: 'Wat wil je op je boterham?'

5. Geef niet toe aan negatief gedrag. Word je kind boos omdat hij iets niet mag? Geef hem het dan niet alsnog. Toegeven zal dit gedrag in stand houden.

Wil je meer lezen over driftbuien? Klink dan op de link hieronder. 

Heb je nog meer vragen? Stuur mij een berichtje op info@opvoedcoachjennifer.nl


«   »